Weet wanneer je baby kan overschakelen op vast voedsel

Je baby doet het al maandenlang uitstekend met alleen moedermelk of flesvoeding op het menu. Nu hij of zij groter wordt, heb je waarschijnlijk een aantal vragen: Wanneer kan mijn baby het beste beginnen met het eten van vaste voeding? Wat is de beste manier om deze te introduceren? Welke zijn de beste eerste voedingsmiddelen om te geven? Lees verder om alles te weten te komen over het introduceren van vaste voeding en hoe je deze nieuwe en spannende periode in de ontwikkeling van je baby doorstaat. 

Met welke vaste voeding moet je beginnen? 

Gewoonlijk zijn babygranen de eerste voeding die baby's krijgen, gevolgd door groenten- en fruitpap en daarna vlees. Er is echter geen medisch bewijs dat suggereert dat het voordelig is om bij het introduceren van nieuwe voeding een bepaalde volgorde te respecteren, of dat bepaalde voeding eerst moet worden gegeven. Het is dus aan jou. Misschien wil je dit navragen bij de dokter van je baby, die kan voorstellen om eerst groenten en dan fruit te geven, of die ander advies kan geven. Hier is de vaste voeding die je kunt introduceren: 

  • Babygranen. Met ijzer verrijkte granen van één en dezelfde soort, zoals haver, gerst of rijst, zijn goede opties om mee te beginnen en veel baby's vinden ze lekker. Vermijd wel om alleen rijstgranen te geven, want daardoor kan je baby te veel arseen binnenkrijgen. Ga voor voorgemengde babygranen uit een potje of meng de droge soorten met een beetje moedermelk, flesvoeding of water. Begin met je baby één of twee theelepels granen te geven. Naarmate de dagen voorbijgaan en je ziet dat hij ze lekker vindt, kan je de consistentie dikker maken en hem meer geven. 

  • Gepureerde groenten, fruit en vlees. Je kunt ook beginnen met een gepureerde groente, gepureerd of geplet fruit zoals een banaan of zelfs ongezoete appelmoes. Probeer ook gepureerd vlees, wat goed kan zijn voor het dieet van een baby omdat het veel zink en ijzer bevat, voedingsstoffen die baby's op 6 maanden nodig hebben. 

  • Fingerfood. Rond de tijd dat je baby leert zelfstandig rechtop te zitten, wat vaak rond de leeftijd van acht maanden is, kan je fingerfood introduceren. Dit is tafelvoeding die je in kleine stukjes hebt gesneden en die hij gemakkelijk kan vastnemen. Bied voeding aan die zacht en gemakkelijk in te slikken is (vermijd voeding die verstikkingsgevaar inhoudt) zoals stukjes gekookte zoete aardappelen, gekookte sperziebonen, in blokjes gesneden vlees, blokjes brood, plakjes banaan, pasta, roerei of crackers. Vermijd voeding die moet worden gekauwd. 

  • Zelfgemaakte babyvoeding. Een alternatief voor het in de winkel kopen van babyvoeding is het thuis maken van je eigen babyvoeding. Een babyfoodmaker, blender of keukenrobot (of soms gewoon een vork) is alles wat je nodig hebt om eten te maken met de juiste consistentie voor de behoeften van je baby; gepureerd in het begin en met grotere stukken in de latere maanden. Voeg geen zout of kruiden toe aan de voeding die je klaarmaakt. Houd er rekening mee dat zelfgemaakte babyvoeding sneller bederft dan in de winkel gekochte babyvoeding, dus bewaar restjes niet te lang in je koelkast. Overweeg in plaats daarvan om extra porties in te vriezen. 

10 tips om vaste voeding te introduceren 

Dit zijn enkele tips om vaste voeding te introduceren: 

  1. Geef vaste voeding wanneer je baby een beetje honger heeft. Zoek een tijdstip waarop je baby blijgezind is en een beetje honger heeft, dan is de kans groter dat hij of zij de vaste voeding zal willen proeven. Wanneer je baby ouder wordt, zal hij of zij willen mee-eten met de rest van het gezin, iets wat we aanraden, want dit heeft een gunstige invloed op hun ontwikkeling. 

  2. Zet je baby rechtop. Dit is belangrijk om verstikkingsgevaar te voorkomen. Je kan hem of haar op je schoot zetten, of als hij of zij al alleen kan zitten (vaak wanneer ze 6 of 7 maanden oud zijn), kan je hem of haar in een kinderstoel met veiligheidsriempje zetten. 

  3. Introduceer één nieuw voedingsmiddel per keer. Wacht telkens drie tot vijf dagen voordat je een nieuw voedingsmiddel introduceert. Zo kan je nagaan of hij of zij geen voedselallergie heeft voor voedsel dat hij of zij nooit eerder heeft gegeten. Als je baby na het eten van een bepaald voedingsmiddel diarree of uitslag krijgt of moet braken, stop er dan mee en raadpleeg de zorgverlener van je baby. Als er in je familie voedselallergieën bestaan, raadpleeg dan de zorgverlener voordat je dat bepaalde voedingsmiddel introduceert. Melk, eieren, vis, zeevruchten, noten, pinda’s, tarwe en sojabonen zijn de meest voorkomende allergenen. Zodra je baby een aantal voedingsmiddelen apart heeft geproefd en er niet op heeft gereageerd, kan je twee voedingsmiddelen mengen. 

  4. Introduceer drinken uit een beker. Als je baby dorst heeft, kan je hem of haar kleine slokjes water geven zodra hij of zij 6 maanden oud is (tot dan mag de baby enkel moedermelk of babymelk drinken). Medische deskundigen raden water aan omdat het de gezondste optie is, en je baby vroeg laten wennen aan water zal gezondheidsvoordelen hebben op lange termijn. Het is een goed idee om, wanneer ze ongeveer 6 maanden oud zijn, ze te leren drinken uit een beker. Geef vloeistof in een tuitbeker met twee handvaten en een drinktuitje.  

  5. Schep de porties uit. Het is geen goed idee om je baby rechtstreeks eten te geven uit het potje babyvoeding, want dit kan wat in het potje overblijft, verontreinigen. Haal een kleine hoeveelheid uit het potje en doe dat in een kommetje of bordje om je baby te voeden. Gooi overschotten in het kommetje of bordje weg, maar wat overblijft in het potje kan je in de koelkast zetten voor een volgende maaltijd. 

  6. Begin met een klein lepeltje. Doe nooit vaste voeding in een zuigfles, tenzij de zorgverlener van je baby dit heeft aangeraden. Gebruik een koffielepeltje of rubberen babylepel zodat je de lippen of mond van je baby geen pijn doet. Begin met een klein schepje voedsel, nog minder dan een halve lepel. Het helpt om je kleintje ook een lepeltje te geven om vast te houden terwijl je hem of haar voedt. Dit kan de baby aanmoedigen om alleen te eten wanneer hij of zij 8 à 9 maanden is. 

  7. Gedraag je als een verkoper. Praat met je baby tijdens het voeden en vertel wat er gebeurt: ‘Kijk eens naar het lekkere eten dat naar je mondje komt!’ Hij of zij kan verward zijn, maar jouw stem kan hem of haar overtuigen om het te proberen doordat je laat zien wat het precies is en aanmoedigt om het te proberen. 

  8. Kijk uit voor signalen dat je baby genoeg heeft of niet geïnteresseerd is. Als hij of zij begint te wenen of zich wegdraait tijdens het voeden, forceer hem of haar dan niet. Hij of zij heeft misschien genoeg, of wil gewoon niet eten op dat moment. Je kunt op een ander moment proberen om vaste voeding aan te bieden, wanneer hij of zij er meer voor openstaat. Als het één van de eerste voedingen is, kan het zijn dat de baby nog niet helemaal klaar is om met vaste voeding te starten, dus kan je weer overschakelen naar borstvoeding of flesvoeding. 

  9. Maak je geen zorgen over de knoeiboel. In het begin zal er meer voedsel op de grond, het slabbetje, de wangen van je baby en waar je het ook maar kunt bedenken, belanden dan in je baby’s mond. En dat is helemaal oké. Geef bij elke voeding een beetje meer, geef je baby de kans om te wennen aan dit nieuwe element van vast voedsel inslikken. 

  10. Blijf bij je baby tijdens het eten. Blijf altijd bij je baby wanneer hij of zij vaste voeding eet, voor zijn of haar veiligheid en om verstikkingsgevaar te voorkomen. 

Voedsel dat je beter niet geeft aan je baby 

Dit is een lijst van voedsel en drank die je beter niet geeft aan je baby: 

  • Geef niets waardoor de baby zou kunnen stikken, zoals o hotdogs, vleessticks, worstjes o stukjes vlees of kaas o vis met graten o noten en zaden, inclusief notenspread o gekookte of rauwe mais en popcorn o hele stukken fruit uit blik o hele druiven, bessen, kersen, kerstomaten, meloenballetjes o rauwe groenten o stukken rauw fruit o droge vruchten zoals rozijnen o koekjes of mueslirepen o aardappel- of maïs-chips, pretzels en andere snacks o crackers of brood met zaden, noten of hele graankorrels o hele graankorrels zoals rijst, gerst of tarwe o harde, taaie of kleverige snoepjes o kauwgom o marshmallows 

  • Geef geen honing of maisstroop tot na de eerste verjaardag, want deze kunnen sporen bevatten die zuigelingenbotulisme kunnen veroorzaken 

  • Geen koemelk tot na de eerste verjaardag omdat je baby dit niet eerder kan verteren. 

    

Beheer Cookies