
door Maria Trozzi, Med, in samenwerking met Prof. Dieter Wolke
Sara van vier heeft weer een slechte dag gehad op school. Ze was prikkelbaar en moe, en ze daagde haar juf telkens weer uit. Toen mama haar op kwam halen, kreeg ze een tas met natte kleren mee. Weer een ongelukje.
Sara\'s opa ligt in het ziekenhuis. Hij woont in hetzelfde huis als Sara, en woonde daar al toen zij werd geboren. Vorige week kreeg hij een ernstige beroerte en waarschijnlijk zal hij niet lang meer leven. De tante van Sara is net gekomen met haar kind van drie. Ze slapen in de logeerkamer. Iedereen is van slag. Sara\'s moeder heeft haar verantwoordelijkheden als ouder van twee jonge kinderen, als dochter van een doodzieke ouder, en als juriste op haar werk.
Leven met verlies![]()
Omgaan met rouw![]()
Veelgestelde vragen![]()
![]()
Het verhaal van Sara is niet ongewoon. De meeste kinderen verliezen op een bepaald moment een grootouder. De ziekte en dood van een grootouder kan de dagelijkse regelmaat verstoren en de emoties binnen het gezin hoog laten oplopen. Kinderen als Sara zijn te jong om te begrijpen wat er allemaal gebeurt. Ze gebruiken hun gedrag om ons, de volwassenen, te vertellen dat ze het moeilijk vinden om met de verandering om te gaan. Maar terwijl we met ons eigen verdriet bezig zijn, verwaarlozen we vaak tijdelijk en onvermijdelijk de emotionele behoeften van onze kinderen.
We kunnen haast niet beseffen wat het is als onze ouders doodgaan. Hoe oud we ook zijn of wat voor relatie we ook met onze ouders hebben, hun dood betekent dat we voor het eerst van ons leven zonder hen leven. We worden gedwongen om onze eigen sterfelijkheid onder ogen te zien. Voor velen van ons is het het eerste grote verlies. En daar zullen we mee moeten leren omgaan. Het is al moeilijk genoeg om als ouder van een jong kind om te gaan met de verantwoordelijkheden thuis en op het werk. Als onze eigen ouders ziek worden, wordt er ineens nog veel meer van ons gevraagd. We hebben niet alleen meer te maken met ons eigen hectische leven, maar ook nog met de ernstige ziekte van iemand die ons dierbaar is. Daarnaast hebben we te maken met familie, rouwen we om onze ouder, en moeten we omgaan met het verdriet en de verwarring van onze kinderen vanwege het verlies van hun opa of oma. Niemand kan je vertellen wat je op dit moeilijke moment moet doen.
Kinderen zijn erg gevoelig. Je kind zal onthouden hoe je omging met de dood van zijn grootouders. In de toekomst zal hij zijn eigen rouwprocessen baseren op deze herinneringen uit zijn jeugd. De onderstaande aanwijzingen kunnen je helpen om door deze moeilijke periode heen te komen, en je kind te leren omgaan met een verlies:
WEL in eenvoudige woorden vertellen wat er gebeurt. Wanneer de gezondheid van een grootouder slechter wordt, moet je je kind voorbereiden op de veranderingen die er waarschijnlijk zullen komen. Bijvoorbeeld: "Oma kan niet meer zonder hulp lopen, daarom gebruikt ze een loophek" of "Heb je gemerkt dat opa nu heel veel slaapt? Hij gebruikt veel medicijnen waardoor hij zich beter voelt, maar hij wordt er wel slaperig van."
WEL je kind meenemen naar het ziekenhuis om op bezoek te gaan bij zijn oma of opa. Voor kinderen, zelfs als ze nog maar drie zijn, kan dit een goede ervaring zijn. De geheimzinnigheid rond een ernstige ziekte is vaak beangstigender dan de ziekte zelf. Maar bereid hem wel voor op wat hij zal zien en horen. Vertel het hem bijvoorbeeld als er iemand anders bij oma op de kamer ligt, of als opa aan het infuus of aan beademingsapparatuur ligt. Praat over de vreemde lucht en de geluiden die hem op kunnen vallen. En vertel hem hoe hij zich hoort te gedragen tijdens het bezoek: "Opa zal wel moe zijn, dus hij wil vast niet spelen. Hij zal wel een beetje willen uitrusten." Als veranderingen in gedrag en persoonlijkheid en stemmingswisselingen van een grootouder verwarrend of beangstigend zouden kunnen zijn voor een kind, moet je je afvragen of het een goed idee is om je kind mee te nemen. In plaats daarvan kan je samen met je kind tekeningen voor oma maken of op cassettebandjes de liedjes en verhalen opnemen die opa altijd zong en vertelde.
WEL manieren bedenken waarop je kind kan helpen als de gezondheid van een grootouder achteruit gaat. Dit is zeer belangrijk. Zelfs kinderen van 2 1/2 of 3 willen graag helpen. Ze krijgen dan het gevoel dat ze een belangrijk onderdeel vormen van het zorgproces.
WEL je kind voorbereiden op de naderende dood van een grootouder. Als je je kind hebt verteld dat de gezondheid van oma achteruit gaat, zal hij waarschijnlijk de onvermijdelijke maar pijnlijke vraag stellen: "Gaat oma dood?" Hoewel het tegenstrijdig lijkt, is het het beste voor de gemoedstoestand van je kind, als je hem de informatie geeft die hem het meeste zal aangrijpen. Geef eerlijk antwoord: "Ja, ik denk dat oma snel doodgaat." Lieg nooit tegen een kind. Stel dan je kind gerust door te zeggen dat je hem zult helpen, en dat jullie er allemaal samen wel door zullen komen. Hoe en wat je je kind precies vertelt, hangt natuurlijk af van verschillende dingen: de leeftijd van je kind, hoeveel hij al begrijpt, hoe hij waarschijnlijk zal reageren, en of hij al eerder te maken heeft gehad met zo\'n verlies.
WEL uit de ervaringen van vrienden of buren putten om voorbeelden te geven waar hij iets aan heeft. Vertel hoe gezinnen na de dood van een grootouder hun normale leven weer oppakten. In kinderprogramma\'s op de televisie en in kinderfilms zitten vaak thema\'s die te maken hebben met ziekte en/of dood. Kijk hier samen met je kind naar en praat over wat er gebeurt. Wanneer het onvermijdelijke gebeurt, zal het gemakkelijker voor hem zijn om het te begrijpen en ermee om te gaan.
WEL je eigen verdriet laten blijken voor je kind. Het is goed dat hij merkt dat iemand verdrietig mag zijn. Leg hem uit wat je voelt (verdrietig, boos, uitgeput) en zeg hem dat je er nog steeds bent om voor hem te zorgen, zelfs als je aan het rouwen bent. Dit is belangrijk voor je kind en je moet het daarom vaak zeggen.
WEL je kind vragen om mee te doen aan de rouwdienst in de kerk of het crematorium of aan een ander familieritueel dat bij de dood hoort, als hij oud genoeg is om het te begrijpen. (Als hij onder woorden kan brengen wat er gebeurt - "We nemen afscheid van oma..." - dan kan hij waarschijnlijk wel meedoen.) Leg in eenvoudige woorden uit wat er gaat gebeuren. Als hij te jong is om het te begrijpen, angstig of verward is, of zegt dat hij niet wil, laat hem dan achter bij een volwassene die hij kent.
NIET ervan uitgaan dat de ziekte of dood van een grootouder geen invloed op je kind zal hebben, omdat hij nog zo jong is. Je kind kijkt en luistert naar jou en leert van jou. De informatie die hij opvangt terwijl je met familieleden, vrienden of artsen praat (ook wanneer je aan het bellen bent) kan verwarrend, beangstigend en overweldigend zijn.
NIET je kind overladen met informatie. Als je gewoon naar hem luistert, zal hij aangeven wat hij wil weten, en hoeveel, en wanneer.
NIET proberen om een perfecte ouder te zijn. Je bent tegelijkertijd een zoon of dochter, een broer of zus, een verzorger, en een ouder. En dat op één van de stressvolste momenten in je leven. Probeer beschikbaar te zijn voor je kind tijdens de maaltijden en als hij naar bed gaat, maar aarzel niet om vrienden en familieleden te vragen om je te helpen terwijl je rouwt.
Grootouders verbinden ons met ons verleden. Of ze nu regelmatig zorgen voor onze kinderen, zij ze alleen maar zien tijdens bezoekjes of contact hebben met ze via kaartjes, de telefoon of het internet, ze spelen een unieke rol in het leven van onze kinderen. Hoe wij als ouders onze kinderen begeleiden bij de dood van hun grootouders drukt een stempel op andere belangrijke emotionele gebeurtenissen, waar onze kinderen mee te maken zullen krijgen. Net zo belangrijk is dat ze de herinneringen aan hun oma of opa voor altijd met zich mee zullen dragen.
Vraag: Wat moet ik doen als mijn kind vraagt: "Wat gebeurt er als je dood gaat? Doet het pijn? Waar ga je naar toe?"
De meeste jonge kinderen willen een duidelijke reactie op dit soort vragen. Een goed advies is dat je alleen de vragen beantwoordt die worden gesteld. Je kunt je kind ook vragen waarom hij de vragen stelt. Ik zou antwoorden: "Als je doodgaat, werkt je lichaam niet meer, dan kun je niet meer ademhalen, eten of denken en je kunt niet meer lopen. Zelfs pijn voel je niet meer. Nee, het doet helemaal geen pijn. De meeste dode mensen worden begraven op een begraafplaats."
Vraag: Kan ik mijn zoontje van 4 meenemen naar de rouwdienst, waar hij het dode lichaam van zijn opa kan zien? En als ik hem meeneem, moet ik hem dan het lichaam laten zien of ervoor zorgen dat hij niet te dichtbij komt, zodat hij niet bang wordt?
Voor elk kind geldt dat de rituelen aan het einde van een leven alleen maar betekenis hebben, als hij of zij begrijpt wat er gebeurt. Voor de meeste kinderen van 4 zou de begrafenis een te overweldigende ervaring zijn, vooral als ze het dode lichaam zouden zien. Om erachter te komen of je eigen kind zo\'n ervaring aankan, kan je hem vertellen wat er gebeurt bij een begrafenis. Leg het kort en duidelijk uit. Vraag hem dan om je te vertellen wat hij ervan begrijpt. Als hij dat onder woorden kan brengen, zou hij op de een of andere manier deel kunnen nemen aan de begrafenis. Het gevoel dat hij deel uitmaakt van deze familie-ervaring en mee kan maken hoe in onze cultuur degenen die we liefhebben worden herdacht, is erg indrukwekkend. Maar het kind moet er klaar voor zijn.
Vraag: Mijn moeder is net overleden. Hoe lang moet ik wachten voordat ik mijn dochtertje weer naar de peuterspeelzaal laat gaan en mee laat doen aan de normale dingen?
Voor jonge kinderen is regelmaat erg goed. Als ze graag wil, is het niet nodig om haar een bepaalde periode thuis te houden, voordat ze weer terug mag. Ze wil graag haar vriendjes en de juf weer zien. Misschien wil ze juist wel vertellen over haar oma. Onthoud dat ze, omdat ze nog zo jong is, misschien wel denkt dat haar oma wel weer terugkomt. Je verdrietige antwoord daarop zal op je dochter veel indruk maken. Dit zal ze het beste onthouden van deze hele ervaring.
Vraag: Hoe leg ik mijn dreumes uit dat zijn oma erg ziek is en zal overlijden?
We willen als ouders vaak onze jonge kinderen beschermen tegen deze moeilijke situaties. Toch is het ook een gelegenheid om je kind te leren hiermee om te gaan. Terwijl oma zieker wordt, kan je je kind helpen om dit te begrijpen. Dit kan je doen door te beschrijven hoe ze eruit ziet, wat ze nog kan (of niet meer kan ), en wat je daarvan vindt. Bijvoorbeeld "Weet je nog dat oma al je lievelingsspelletjes met je deed en samen met jou koekjes heeft gebakken? Maar nu is ze ziek en moe en kan ze dat niet meer. Maar ze vindt het wel fijn om samen met jou televisie te kijken."
Als ze zieker wordt:
"Oma slaapt nu heel veel. Ze is erg moe en ze vindt het niet zo leuk als er veel lawaai is. Ze heeft nu een ander bed dat omhoog kan, zodat ze in bed kan zitten."
En tenslotte:
"Oma moet veel verschillende pillen slikken omdat ze zo ziek is. Door de pillen heeft ze geen pijn, maar ze wordt er wel slaperig door. Ja, ze slaapt bijna de hele tijd en ze kan eigenlijk niet meer eten."
De meeste jonge kinderen zullen op dit punt gaan vragen of oma dood gaat. Antwoord dat ze dood zal gaan en dat het misschien wel snel zal gebeuren. Kijk of je dreumes nog meer vragen stelt. Misschien wil hij wel meer weten, maar misschien ook niet. Laat je leiden door je kind.