

Een van de grootste prestaties op het gebied van gezondheid in de twintigste eeuw is dat veelvoorkomende kinderinfectieziekten bijna geheel zijn uitgeroeid. Deze schadelijke bacillen zweven echter nog steeds rond in onze omgeving. Onze kinderen moeten dan ook hun afweersysteem ontwikkelen om zich hiertegen te beschermen.
Via inentingen wordt je baby beschermd tegen ernstige ziekten als polio, kinkhoest en alle overige ziekten die zijn vermeld in dit schema. Jonge babys lopen het meeste risico, dus moeten ze allemaal vóór hun tweede verjaardag tegen deze ziekten zijn ingeënt. Vaccins worden steeds verder verbeterd. Omdat vaccins van verschillende fabrikanten onderling enigszins kunnen verschillen, volgt het consultatiebureau mogelijk voor jouw baby een enigszins afwijkend inentingsschema. Houd in ieder geval een schema zoals hieronder bij de hand, zodat je kunt bijhouden welke injecties je baby heeft gehad. Vraag bij elk bezoek aan het consultatiebureau goed na of je baby alle vereiste injecties heeft gekregen. Let erop dat het Groeiboekje van je baby altijd up-to-date is. Nieuwe vaccins komen eraan, dus houd er rekening mee dat dit schema kan worden aangepast.
Als je kind iets ouder is (4-6 en 11-16), krijgt hij "boosters" (herhalingsinentingen). Maar de meeste vaccins krijgt je kind voordat hij 18 maanden is. In deze periode loopt hij het hoogste risico om ziek te worden. Houd het inentingsboekje tijdens zijn gehele jeugd bij en neem het mee bij elk bezoek aan het consultatiebureau of je huisarts.
Inentingsschema
Overzicht van ziekten
Wat is het nadeel?
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 2. De nieuwe variant van het vaccin, DTaP, bevat een acellulaire variant van het vaccin tegen hersenvliesontsteking. Hieraan wordt steeds vaker de voorkeur gegeven, omdat deze variant minder koorts veroorzaakt. DKTP wordt in veel gevallen nog steeds gebruikt en biedt goede bescherming, net zoals in de afgelopen dertig jaar. 3. Het Hib-vaccin kan worden gecombineerd met andere vaccins of als aparte injectie worden toegediend. Omdat deze inenting verschillende varianten kent, is het belangrijk dat je alle injecties bij hetzelfde consultatiebureau haalt. Als dit niet mogelijk is, neem dan de inentingskaart met de exacte vaccingegevens mee. De nieuwe arts kan dan het vaccin afstemmen op de vorige dosis. In sommige gevallen hoeft je kind geen injectie bij zes maanden. 4. Tegen polio wordt oraal gevaccineerd, maar een injectie is ook verkrijgbaar. Vraag dit na bij het consultatiebureau. 5. Dit vaccin kent diverse varianten die actief zijn tegen verschillende typen van deze bacterie. 6. Deze inenting vindt niet standaard plaats. Vraag bij het consultatiebureau of je kind deze inenting nodig heeft. 7. Het vaccin tegen hepatitis A (Hep-A), dat bescherming biedt tegen een bepaald soort leverinfectie, wordt aanbevolen in bepaalde regios van het land, afhankelijk van het aantal keren dat deze ziekte voorkomt. Vraag bij het consultatiebureau na of je kind deze inenting nodig heeft. Het vaccin kan eenmaal of vaker worden toegediend als hij ouder dat twee jaar is. 8. Het vaccin tegen meningitis C wordt nu standaard toegediend als je kind twee, drie en vier maanden oud is. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Officiële informatie over vaccins is verkrijgbaar bij het ministerie van Volksgezondheid, het Welsh Office, het Scottish Office en DHSS in Noord-Ierland. De informatie over inentingen tegen infectieziekten wordt regelmatig bijgewerkt.
Hier vind je een lijst met vaccins en een beschrijving van de ziekten die ze voorkomen. Gelukkig blijft de moderne geneeskunde nieuwe en betere vaccins ontwikkelen, zodat je baby met zo min mogelijk injecties en pijn kan worden beschermd tegen ernstige ziekten.
DIFTERIE (de D in het DTKP-vaccin)
HAEMOPHILUS INFLUENZA/TYPE B (Hib-vaccin)
HEPATITIS A
HEPATITIS B
MAZELEN ( de M in het BMR-vaccin)
HERSENVLIESONTSTEKING
BOF (de B in het BMR-vaccin)
KINKHOEST (de K in het DKTP-vaccin)
PNEUMOKOKKALE ZIEKTEN
POLIO (IPV, het injecteerbare poliovaccin dat via een injectie wordt toegediend, of in sommige gevallen OPV, het orale poliovaccin dat via de mond wordt toegediend)
RODE HOND (de R in het BMR-vaccin)
TETANUS , ook bekend als kaakkramp (de T in het DKTP-vaccin)
VARICELLA ZOSTER of waterpokken (de VZV-injectie)
DIFTERIE (de D in het DKTP-vaccin). Difterie is een ernstige aandoening aan de luchtwegen, waarbij een dikke laag in de neus, keel en luchtpijp ademhalingsproblemen, hartstoornissen, verlamming en zelfs de dood kan veroorzaken. Als je de ziekte krijgt, loop je tot 20% kans om te overlijden. Zeer jonge kinderen lopen het grootste risico.
[terug naar boven]
HAEMOPHILUS INFLUENZA/ TYPE B (Hib-vaccin). Haemophilus influenza is een bacteriële infectie die longontsteking, hersenvliesontsteking, zware keelontsteking en andere ernstige infecties kan veroorzaken. Vaak veroorzaakt deze bacterie ook otitis (oorontsteking). Voordat het vaccin op de markt kwam, waren er duizenden kinderen die stierven of ernstig gehandicapt raakten door haemophilus influenza. De ziekte komt vooral voor bij kinderen onder de vijf jaar.
[terug naar boven]
HEPATITIS A (Hep-A-injectie). Hepatitis A is een virusinfectie van de lever die koorts, vermoeidheid, geelzucht en gebrek aan eetlust veroorzaakt. Hoewel de meeste kinderen minder of geen symptomen hebben, kunnen geïnfecteerde volwassenen maanden of zelfs jaren ziek zijn. Hepatitis A wordt meestal tussen personen overgebracht via de ontlasting en heerst vaak binnen bepaalde gemeenschappen. Zeer jonge kinderen in ontwikkelingslanden krijgen deze ziekte vaak, terwijl jaarlijks in het Verenigd Koninkrijk nog geen 2.000 gevallen worden gemeld. Naast het Hep-A-vaccin worden vaak immunoglobuline-injecties toegediend om extra bescherming te bieden aan kinderen boven de twee jaar die een risico lopen wegens contacten met gezinsleden of personen uit de omgeving. Hoewel Hep-A geen standaardvaccin is, is deze wel aan te raden binnen bepaalde gemeenschappen, voor kinderen die een buitenlandse reis maken en voor kinderen in een gezin of dagverblijf met een geïnfecteerde persoon.
[terug naar boven]
HEPATITIS B. Hepatitis is een virusaandoening van de lever die zeer ernstig kan zijn en zelfs tot leverstoornissen of een chronische leverziekte kan leiden. Voor volledige bescherming moet driemaal het vaccin tegen hepatitis B worden toegediend. Adolescenten en volwassenen kunnen ook met drie inentingen worden beschermd. Als je de ziekte hebt gehad, loop je meer kans om op latere leeftijd leverkanker te krijgen. Vroegtijdige bescherming heeft dus effecten op lange en korte termijn.
[terug naar boven]
MAZELEN (de M in het BMR-vaccin). Mazelen is een virusziekte die uitslag, hoesten en koorts veroorzaakt en kunnen leiden tot diarree, longontsteking, hersenbeschadiging of de dood. Ondervoede of chronisch zieke kinderen lopen het grootste risico. Mazelen breekt jaarlijks in het Verenigd Koninkrijk uit en de ziekte komt wereldwijd veel voor.
[terug naar boven]
HERSENVLIESONTSTEKING. Hersenvliesontsteking of meningitis kan worden veroorzaakt door verschillende bacteriën, waaronder neisseria meningitis A, B en C. Het vaccin tegen meningitis C biedt geen bescherming tegen meningitis BNA.
[terug naar boven]
RODE HOND (de R in het BMR-vaccin). Rode hond veroorzaakt koorts, hoofdpijn en zwelling van de speekselklier vóór het oor. In sommige gevallen leidt de ziekte tot meningitis (een ontsteking van het hersenvlies en het ruggenmerg, of encefalitis (een ontsteking van de hersenen). Ook kan rode hond leiden tot doofheid en, bij jongens en mannen, tot opgezwollen testikels en mogelijk onvruchtbaarheid. Rode hond kan zeer ernstig en pijnlijk zijn bij volwassenen, dus je kunt je het beste op jonge leeftijd hiertegen laten inenten.
[terug naar boven]
KINKHOEST (de K in het DKTP-vaccin). Kinkhoest, die wekenlang aanhoudt, veroorzaakt hoesten en ernstige benauwdheid. De hoestbui wordt gevolgd door de karakteristieke inademing van het kind dat op adem probeert te komen. Na een hoestbui moet het kind vaak overgeven. Kinkhoest kan leiden tot longontsteking, toevallen, hersenbeschadiging of de dood. Zeer jonge kinderen die niet zijn ingeënt, lopen het grootste risico en moeten vaak worden opgenomen als ze ziek worden. Volwassenen die de ziekte krijgen, kunnen zich erg beroerd voelen, maar herstellen meestal wel. Helaas kunnen ze de ziekte overbrengen op babys en jonge kinderen.
[terug naar boven]
PNEUMOKOKKALE ZIEKTEN. De pneumokokkenbacterie kan longontsteking en hersenvliesontsteking veroorzaken en is meestal de oorzaak van bacteriële oorontstekingen. Er zijn verschillende subtypen pneumokokken. Vaccins bieden bescherming tegen enkele, maar niet alle typen. Jonge kinderen lopen het hoogste risico op deze infecties. Het vaccin wordt niet standaard toegediend, maar wel aan speciale risicogroepen. Kinderen boven de zeven maanden en onder de twee jaar die als baby niet zijn ingeënt, zijn gebaat bij een of meer van deze injecties. Deze inenting is mogelijk ook nodig voor kinderen boven de twee jaar die tot bepaalde groepen behoren.
[terug naar boven]
POLIO (IPV, het injecteerbare poliovaccin dat als injectie wordt toegediend, of OPV, het orale poliovaccin dat via de mond wordt toegediend). Polio is een veelvoorkomend virus dat koorts, keelpijn, misselijkheid, hoofdpijn, diarree, buikpijn en stijfheid en slapheid in de nek, rug en benen veroorzaakt. Velen zien polio als een ziekte die vroeger verlamming veroorzaakte. De ziekte lijkt alleen iets van vroeger omdat velen van ons zijn ingeënt. Naast verlamming kan polio ook ademhalingsproblemen of de dood veroorzaken. De voorkeur gaat uit naar het injecteerbare vaccin, omdat de orale variant via de ontlasting in het milieu terecht kan komen. Als je echter naar een land gaat waar polio veel voorkomt of waar een epidemie heerst, biedt de orale variant de beste bescherming.
[terug naar boven]
BOF (de R in het BMR-vaccin). Bof is een milde virusaandoening die uitslag in het gezicht en nek, lichte koorts en opgezwollen klieren veroorzaakt. Bof kan artritis veroorzaken, vooral bij vrouwen en meisjes. Als zwangere vrouwen worden geïnfecteerd, kan dit tot geboorteafwijkingen of de dood leiden bij hun baby. Als kinderen op jonge leeftijd hiertegen worden ingeënt, wordt ook de volgende generatie beschermd.
[terug naar boven]
TETANUS, ook bekend als kaakkramp (de T in het DKTP-vaccin). Tetanus veroorzaakt ernstige en pijnlijke spierkramp en is vaak dodelijk. Soms wordt tetanus kaakkramp genoemd, omdat de kaakspieren kunnen "vergrendelen", waardoor het moeilijk of onmogelijk wordt om te eten. Ademhalingsproblemen leiden tot de dood. De bacterie leeft in vuil en gedijt goed in diepe snij- of prikwonden.
[terug naar boven]
VARICELLA ZOSTER of waterpokken (de VZV-injectie). Waterpokken zijn een zeer besmettelijke infectie die uitslag en ademhalingsproblemen veroorzaakt, maar meestal niet schadelijk voor gezonde kinderen is. Ze kunnen schadelijk zijn voor kleine kinderen, volwassen die de ziekte of het vaccin nog niet hebben gehad of mensen met een verstoord afweersysteem. Het vaccin wordt niet standaard toegediend. De ziekte duurt 7-21 dagen en heeft een lange incubatietijd. Dit betekent dat kinderen honderden mensen kunnen besmetten voordat iemand erachter komt dat ze ziek zijn. Waterpokken kunnen leiden tot complicaties als longontsteking, ernstige huidinfectie en hersenbeschadiging, vooral bij volwassenen. Je kunt het beste de ziekte of het vaccin op jonge leeftijd krijgen. Niet-immune vrouwen kunnen een baby krijgen die een groot risico loopt als hij op jonge leeftijd aan waterpokken wordt blootgesteld. De meeste ingeënte mensen zijn beschermd, maar kunnen in enkele gevallen een zeer milde variant van de waterpokken krijgen.
[terug naar boven]
Inentingen zijn een van de grote verworvenheden in de afgelopen eeuw, waardoor het leven van onze kinderen ingrijpend is veranderd. Hoewel de kans op bijverschijnselen bestaat, is deze erg klein. Problemen komen vrijwel niet voor en staan niet in verhouding tot de risicos die aan de ziekte zijn verbonden. Veel ouders van tegenwoordig zijn opgegroeid zonder ooit de ziekten te hebben gezien waartegen we kinderen inenten. Daarom is het voor hen niet altijd duidelijk waarom hun kinderen worden ingeënt, vooral niet als ze hieraan koorts of een pijnlijk been overhouden. Iedereen die de zeer ernstige gevolgen van kinkhoest, difterie of mazelen kent, twijfelt geen moment aan het nut van de inentingen. Je moet echter wel weten welke risicos aan alle medische procedures zijn verbonden. Sta even stil bij de volgende aspecten van inentingen.
Mogelijke "goede problemen": Kleine reacties op inentingen
Koorts. Na de meeste inentingen zal je kind waarschijnlijk wat koorts krijgen. Hieruit blijkt dat het lichaam goed op de injectie reageert en afweerstoffen aanmaakt. Meestal neemt de koorts toe bij elke volgende dosis van een bepaald vaccin. Houd de thermometer en de juiste dosis paracetamol bij de hand wanneer je kind koorts krijgt na een injectie. Neem contact op met je huisarts als de koorts te hoog wordt of langer dan twee dagen aanhoudt.
Lokale rode plekken, zwellingen. De plaats waar je kind is ingeënt, kan wat gevoelig zijn en een klein beetje opzwellen. Dit is een tweede signaal dat de injectie aanslaat en het lichaam reageert. Paracetamol of ibuprofen en een warme, zachte doek op de plek verlichten eventuele pijn. Neem contact op met de huisarts als het rode gebied groter wordt dan een euromunt, pus afscheidt of na twee of drie dagen nog steeds rood is. Soms is op de plaats van de injectie het huidvet wat beschadigd, waardoor een kleine, harde bobbel ontstaat. Deze verdwijnt na een maand of twee. De plek mag echter niet rood of gevoelig zijn.
Uitslag. Soms veroorzaakt de injectie een mini-ziekte van het type waartegen we afweerstoffen opbouwen. Tot twee weken na de injectie kunnen zich zeer milde symptomen ontwikkelen, maar je hoeft je hierover geen zorgen te maken. Mogelijke vervelende problemen
Een allergische reactie. Deze is bijzonder zeldzaam, maar wel zeer ernstig. Sommige kinderen zijn allergisch voor bestanddelen in het vaccin en krijgen een allergische reactie. Kinderen met een ei-allergie kunnen bijvoorbeeld niet tegen vaccins met virussen die oorspronkelijk in eieren zijn gekweekt. Symptomen van een allergische reactie zijn vlekkerige, rode uitslag (netelroos), kortademigheid, piepende ademhaling, ademhalingsproblemen, bleekheid, duizeligheid of snelle hartslag. Deze symptomen ontwikkelen zich enkele minuten tot uren na de injectie. Daarom mag je bij de meeste consultatiebureaus niet gelijk vertrekken na een injectie. Ga gelijk terug naar het consultatiebureau als deze symptomen zich ontwikkelen nadat je bent weggegaan. Laat de arts vóór de injectie weten als je familie aanleg voor allergieën heeft of als iemand in de familie een reactie op injecties heeft gehad.