In de Verenigde Staten en Engeland worden in veel gezinnen afkoelperiodes (time-outs) gebruikt bij de opvoeding van jonge kinderen. Het is een populaire opvoedingsmethode, maar evengoed weten veel ouders niet precies hoe ze deze techniek moeten toepassen. Sommigen zeggen dat het 'gewoon niet werkt'. Hier volgt een aantal strategieën en suggesties voor het effectief gebruik van afkoelperiodes.
Het principe van afkoelperiodes
De opbouw
De actie
Veel voorkomende valkuilen
Speciale omstandigheden
De hele dag met afkoelperiodes bezig zijn? Vraag jezelf af...
Het principe van afkoelperiodes
- Afkoelperiodes werken voor kinderen vanaf 18 à 24 maanden tot ongeveer 5 jaar. Hoewel elk kind anders is, begrijpen kinderen die jonger zijn het meestal gewoon niet. Oudere kinderen hebben over het algemeen subtielere manieren nodig om te leren hoe ze zich goed moeten gedragen.
- Een 'time-out' is een afkoelperiode waarin een kind wordt weggehaald uit een moeilijke situatie of bij iets wat erg verleidelijk is. Hij krijgt een kans om te kalmeren, na te denken over wat er is gebeurd, te bedenken wat van hem wordt verwacht en alles weer op een rijtje te krijgen. Als de afkoelperiode juist leidt tot meer aandacht, energie, emoties en communicatie met de ouder of verzorger, zal het zeker mislukken.
- Tijdens een afkoelperiode is er geen communicatie tussen het kind en de ouder of de verzorger. Een afkoelperiode is bedoeld als een lichte vorm van isolatie waarmee eigenlijk wordt gezegd: Als je dit doet, mag je niet meer meedoen.
- Om afkoelperiodes effectief te laten zijn, moet je een model uitwerken. Er moet eerst wat tijd in geïnvesteerd worden, maar de meeste ouders vinden het wel de moeite waard. (Als je eerder zonder succes afkoelperiodes hebt gebruikt, zal de tijdsinvestering van tevoren groter zijn dan wanneer het de eerste keer is. De verwachting van het kind is dan negatief; het bijstellen hiervan kost meer moeite.)
De opbouw
- Zet een stoel op een saaie neutrale plaats, zoals in de hoek van de eetkamer of op een gang die weinig wordt gebruikt. Het is geen goed idee om de kamer van een kind te gebruiken. Een plek die een veilige haven zou moeten zijn, krijgt dan iets negatiefs. In een slaapkamer zijn meestal ook te veel dingen die afleiding geven.
- Zorg ervoor dat de plaats op een afstand ligt van de plaats van het vergrijp, en uit de buurt van verzorgers. Als het kind er te dichtbij blijft zitten, krijgt het te veel kans om alles nog erger te maken door te gaan pesten of door uitdagend gedrag.
- Zorg ervoor dat de plaats om af te koelen een veilige plek is, waar je het kind alleen, zonder toezicht, achter kunt laten. Een paar voorbeelden van verkeerde plekken zijn: bovenaan een trap, dichtbij breekbare voorwerpen of naast een deur die hij kan openmaken.
De actie
- Geef een korte waarschuwing: Zo is het genoeg. Dit is het signaal dat de afkoelperiode eraan komt. Als dit geen effect heeft, zeg je: Goed, het is tijd om even af te koelen. Meer niet. Pak het kind op en zet het op de afkoelstoel.
- Zet een keukenwekker op (of de wekker van de oven, als die hoorbaar is op de afkoelplek). De duur van de afkoelperiode is ongeveer 1 minuut per levensjaar.
- Als het kind opstaat, zet je hem gewoon terug op de stoel en stel je de kookwekker opnieuw in. Zeg helemaal niets. Je moet dit misschien wel honderd keer doen voordat hij de hele tijd blijft zitten. Geef niet op. Als je dat wel doet, wordt het de volgende keer moeilijker.
- Als de wekker afgaat, zegt je: Dat was het. Je geeft hem een knuffel en daar laat je het bij. Praat er niet meer over.
- Geef het kind iets nieuws te doen, een positief alternatief voor de verboden activiteit. Kom er helemaal niet meer op terug.
Veel voorkomende valkuilen
- De ouder praat te veel. Dit is alleen maar verwarrend voor het kind. Het verhoogt de spanning en iedereen wordt overstuur. Het is al genoeg om te zeggen wat hij heeft gedaan, bijvoorbeeld: Je hebt je zusje weer geslagen, gevolgd door: Het is tijd om even af te koelen. Daarna is zwijgen goud.
- De afkoelperiode levert te veel aandacht op. Als een kind bij een afkoelperiode meer aandacht krijgt dan wanneer hij zich goed gedraagt, gaat hij verder met aandacht trekken door zich uitdagend te gedragen. Tijdens een afkoelperiode hoor je juist geen aandacht te geven. Laat je niet verleiden tot verdere discussies.
- De ouder is te overstuur. Als je voelt dat je geen controle meer hebt over de situatie, kan je je kind niets leren. Neem een paar seconden of een paar minuten om even diep adem te halen en te kalmeren. Misschien moet je jezelf wel een afkoelperiode geven, even afstand nemen. Maar eerst moet je wel zeker weten dat met iedereen alles in orde is. Als je weer wat gekalmeerd bent, ga je terug naar je kind. Je vertelt waarom hij moet afkoelen en zet hem op de afkoelstoel. Je moet de afkoelperiode alleen gebruiken voor echt slecht gedrag. Maak er geen gewoonte van.
Speciale omstandigheden
- Als een kind erg over zijn toeren of overstuur is, leert hij niets van een afkoelperiode. In plaats daarvan hou je hem vast zonder te praten (in dit soort gevallen is het beter als hij met zijn gezicht van je af staat), en wacht je totdat het huilen boos gaat klinken en niet meer zo overstuur. Begin dan met de afkoelperiode.
- Als een kind ziek is, of gespannen of oververmoeid, zal hij erg weinig leren. Een afkoelperiode zou hem nog verder kunnen uitputten. In dit geval haal je hem weg bij datgene wat de moeilijkheden veroorzaakt. Laat hem kalmeren, door hem te knuffelen, iets te eten te geven of een middagslaapje te laten doen.
- Kinderen die vaak voor langere tijd van hun ouders of verzorgers gescheiden zijn geweest, raken van afkoelperiodes overstuur en leren er niets van. Dit zie je vaak bij kinderen in pleeggezinnen. Voor deze kinderen is het beter als je op een stoel achter het kind gaat zitten, met de rug naar elkaar toe. De \'niet praten\'-regel geldt nog steeds, de keukenwekker geeft de duur aan, en er wordt geen aandacht gegeven. Maar het kind voelt zich niet in de steek gelaten.
- Kinderen die zich erg traag ontwikkelen of juist heel erg ver zijn in hun cognitieve ontwikkeling, moeten misschien behandeld worden op basis van hun ontwikkelingsleeftijd in plaats van hun werkelijke leeftijd. Een kind van 30 maanden dat functioneert als een kind van 10 maanden, kan afkoelperiodes niet echt begrijpen.
De hele dag met afkoelperiodes bezig zijn? Vraag het jezelf af...
- Heb je voor jezelf bepaald aan welk gedrag je wilt gaan werken? Kies waaraan je wilt gaan werken en onthoud dat Keulen en Aken niet in één dag zijn gebouwd.
- Is er misschien iets waardoor je kind te veel stress heeft? Een school bijvoorbeeld die te veel eist of verwachtingen die te hoog zijn gespannen? Als dat het geval is, kan je erover nadenken of een verandering zinvol zou kunnen zijn: een nieuwe school, een andere oppas of een andere peuterspeelzaal. Het kind kan zich dan ontwikkelen, en zal niet elke dag ontploffen door de opgekropte spanning.
- Krijgt je kind genoeg aandacht wanneer hij zich goed gedraagt? Of moet hij stoute dingen doen om een reactie en aandacht van jou te krijgen? Een manier is dat je hem prijst als hij zich goed gedraagt. Dit is moeilijk. Als het slechte gedrag steeds maar erger wordt, trek je je liever terug en probeer je hem zelfs te ontwijken. Een betere oplossing zou kunnen zijn dat je elke dag 20 tot 30 minuten met hem speelt.
- Verveelt het kind zich en probeert hij de boel wat op te peppen? Dit komt soms voor bij slimme kinderen die toe zijn aan de basisschool, of die gewoon meer uitdagingen nodig hebben.